Restaurant “het lekkere visje”.

Een schrijversopdracht via Columnx

” Jullie mogen een maandje los gaan op een slechte restaurant-recensie.

Aandikken is het toverwoord van de maand Juli!

Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
Dik het aan, maak het smeuíg”.

 Ik vrees dat ik iets over de 300 woorden ging, maar het typte lekker


 

Al weken willen we er eten. Het is lekker, leuke bediening. Onze vrienden zijn enthousiast. Dus we hebben iets te vieren en ik reserveer. Zaterdag om 19.30 uur. Maar het gaat al mis als de ober mijn stoel achteruit schuift en ik wil plaats nemen. “Zie ik dat nu goed”? Er ligt iets wits op de vloer, vlakbij de voorpoten van mijn stoel. “Kan niet waar zijn”, denk ik en ga snel zitten. Maar kan mezelf niet bedwingen om nogmaals tussen mijn benen door te gluren naar alles wat ik niet hoop te zien. Van schrik stoot ik iets van de tafel dat kletterend op de grond valt. De ober bukt en raapt het op. “Alstublieft mevrouw, uw gebit”, en hij lacht erg hard en legt de lepel die gevallen was terug op mijn tafel. Ik knik verbijsterd.

Mijn lief kijkt me vreemd aan . “Gaat het wel goed met je schat, je lijkt wat nerveus”. “Er ligt iets onder mijn stoel”, sis ik. “ik geloof dat het een inl…”. “Meneer en mevrouw, een goedenavond. Zo te zien heeft u wat te vieren dus laat ik maar alles uit de kast trekken vanavond, dan kunt u de kleren aan laten”, en de ober schatert het uit, terwijl we de menukaart ontvangen. Ik kijk wat zuur naar mijn lief die er hartelijk mee lacht.

De ober vertelt over de specialiteiten en raadt ondertussen een aperitief van het Huis aan. “Doet u maar”, zeg ik snel. Ik heb haast, wil eerst het zekere van het onzekere voordat ik hier eten bestel. “U maakt er een vluggertje van mevrouw, dat is jammer, want er is zoveel om van te genieten hier”. Mijn lief vindt alles bijzonder vermakelijk en zegt: “wel een leuke bediening, lekker vlot, geen stijf gelul”. Met een gezicht als een oorwurm kijk ik hem aan.

“Proost, op onze avond” en we toasten. Een kort moment van afleiding en ik pak de menukaart. Dat gaat niet goed. Bij de voorgerechten gaat het al mis. Een lauwwarme paté van kabeljauw op een bedje van zeewier. “Lijkt me heerlijk schat, echt iets voor jou. En misschien als hoofdgerecht de pittige makreel?”

“ik kijk eerst even zelf rond”, mompel ik. En neem vervolgens een duik onder de tafel en ja, daar ligt het in volle glorie. Het witte ding. “Gadverdamme, ik wist het. Ik heb een neus voor dit soort zaken”. Met een rood hoofd kom ik omhoog en sta op.  Mij zie je niet meer bij het “Lekkere visje”.


Hella Kuipers: 

Het is een leuk verhaaltje, en die lauwwarme kabeljauwpaté klinkt opeens supergoor, dat is goed gedaan. Denk wel om je vertelperspectief. In de ik-vorm kan de hoofdpersoon niet zien hoe haar gezicht eruitziet. Dus niet:
“Ik kijk wat zuur naar mijn lief … ”
“Met een gezicht als een oorwurm kijk ik hem aan.”
“Met een rood hoofd kom ik omhoog …”
En vlooi je eerste versie even na op stopwoordjes als ‘maar’ en ‘en.’
De laatste regel had wel iets uitsmijteriger gemogen.


Als ik iets schrijf dan denk ik altijd dat iedereen met me mee gaat in die flow, ben dan zelf super enthousiast, helemaal blij en vervolgens vergeet ik alles om het echt beter te maken. Leesblindheid op en top. Hella bedankt. Als ik tijd heb ga ik een nieuwe poging wagen.

 

 

 

Geef een reactie