Naakte man

De naakte man.
Zichtbaar rechtsonder vanaf mijn Frans balkonnetje.


De eerste keer wist ik niet wat ik zag. Ik keek en schoot meteen achter de gordijnen, maar wilde het ook zeker weten en gluurde. “Godsamme, een naakte man”. Ik zag hem de uitgebloeide geraniums wegplukken. In eerste instantie vooral van achteren, maar door langer te blijven kijken ook frontaal. Hij durfde wel.

Als ik bezoek had en iemand een sigaretje rookte bij de openslaande deuren dan wist ik het al. Binnen vijf minuten kwam er een opmerking over een vent die achterin de tuin bloot rondliep. Altijd hetzelfde commentaar: “Ik zou met de politie bellen, dat kan toch niet, jeetje, er zit een naakte man beneden”.  Maar ik deed niks, vond het wel spannend. En een soort van natuurlijke sociale controle:  als ik hem niet zag was ik bang dat hij ziek was, of erger. Hij was namelijk niet meer de jongste. “Toch even in de gaten houden en morgen opnieuw kijken”. Maar hij trotseerde drie winters in volle glorie. Respect.

Mijn zoon was er net en staarde naar buiten. “Tja mam, geen naakte man meer”. Ik slik, en realiseer dat het onze laatste avond hier is. Hij, ik en de naakte man. Het regent en het is koud. Voordat ik de gordijnen sluit kijk ik even. Hij is er niet. Ik had nog willen zwaaien en “koud hè” geroepen. Of “succes” maar ik had zeker iets geroepen.

Maar hij was er niet.

Geef een reactie