“Mam”

Mam”

Ik had wel een vaag gevoel dat het fout kon gaan toen ik in Vlissingen op de boot stapte…


 

Het is al laat op de middag, tegen 18.00 als ze belt. Ik voel dat er iets is en zeg: “zal ik de trein pakken en naar je toe komen”?  Een halve “ja”, klinkt, dus Suus gaat met een schone onderbroek en tandenborstel ineens op weg naar Zeeland. Daar zit dochterlief, met hond in een hotel, en mist haar moeder. Spontaan, maar eigenlijk ook niet heel goed nagedacht. Mijn telefoon is al leeg in Roosendaal, geen probleem, omdat we hebben afgesproken dat ze me in Breskens komt ophalen.

Daar zie ik een keurig verlichte haven. “Fijne avond”, wenst de kapitein me en ik loop het gebouw uit om mijn dochter te zien. Het is inmiddels 22.37 uur. Maar als ik om me heen kijk is het verrekte stil. De parkeerplaats is leeg, mensen pakken hun fiets of stappen in de bus die klaarstaat. Na enkele minuten toetert de buschauffeur en ik zwaai enigszins verward. Ik hoef niet mee, want mijn dochter komt me halen, ook al is ze er niet.

Dan maar terug de hal in om iemand aan te spreken en mijn telefoon op te laden. De terminal is leeg, een bordje voor het loket geeft aan: “niemand aanwezig tot 06.35 uur”. “Shit”, ik schrik, erg donker, best eng. De frisdrank automaat geeft wel licht. Stroom! Ver achter de automaat zit een stekker in het stopcontact. Overweeg om die er uit te trekken en mijn telefoonoplader erin te stoppen. Maar ben ook bang om opgesloten te worden. Dus besluit ik om terug naar buiten te gaan. Verrekte slim, want na amper een seconde sluiten de deuren en gaan alle lampen uit. “Deze terminal is gesloten”, hoor ik uit de luidsprekers en het wordt nog stiller in Breskens.  Een lege parkeerplaats, geen dochter en inmiddels is het 23.00 uur.

Zie links voor me een bankje, ga zitten en doe mijn jas wat dichter om me heen, want het waait best hard. Ik denk zoveel dingen tegelijk nu. “Het was toch Breskens, niet Vlissingen?  Waarom weet ik dit nu weer niet, waarom altijd zo impulsief, luister toch eens beter, maak concretere afspraken, laat niet alles op zijn beloop, wat een onzin om te denken dat alles altijd goed komt, doe eens volwassen, misschien heeft ze een ongeluk gehad en ligt in een ziekenhuis, waar is Toby dan nu, shit heb nog maar 2 vloeitjes, zou ik kunnen lopen naar het dorp, is er nog een hotel open, oh nee ik sta bijna rood, ik moet meer werk zoeken, waar blijft ze godsamme?

Een half uurtje later ineens koplampen die seinen. Durf het haast niet te hopen, maar loop toch voorzichtig richting de auto.

“Mam?”.

2 gedachten over ““Mam””

Geef een reactie