Eikels en bitches

Ik vind het leuk.


Collega J appt trots dat ze geslaagd is. Waarvoor? Heb geen flauw  idee. “Proficiat, wat heb ik gemist? ” app ik terug. “Verplichte training Gewoon Goed Nederlants.” Ik heb dus geslapen of de notulen niet gelezen. Een week later vergaderen we weer en vraag tussen neus en lippen door, wat er verplicht is aan die training. “Je wordt ontslagen, als je hem niet haalt.” We lachen allemaal, ik het hardst, maar heb nog steeds geen flauw idee waar het om gaat.

Collega M appt: “Joepie geslaagd.” En ik denk “sh#T, er was toch ergens een linkje, toch maar eens inloggen”. Best lastig als ik eerlijk ben, schrijf wel graag maar houd ook van spellingscontrole. De eerste toets zak ik dus zonder lof (wel met lef, omdat ik meteen aan de test begin voordat ik de theorie bestudeer). Komma’s, trema’s, gewoon niet goed. Drink een espresso en doorneem alle stappen die nodig zijn. “Geslaagd.” Een zucht van verlichting.

Heb inmiddels bij GoodHabitz  meer dan honderd trainingen ontdekt die ik leuk vind. Ben geslaagd voor basis BHV en Doen waar ik blij van word. Vind de presentaties en filmpjes meer dan leuk, doe kennis op en word er heel blij van.
Ga nu mezelf testen in twee sessies. Het gaat in de eerste over wat je drijfveren zijn en vervolgens over eikels en bitches….

Ben benieuwd.

Naakte man

De eerste keer wist ik niet wat ik zag.

Ik keek en schoot meteen achter de gordijnen, maar wilde het ook zeker weten en gluurde.

“Godsamme, een naakte man”.


Ik zag hem de uitgebloeide geraniums wegplukken. In eerste instantie vooral van achteren, maar door langer te blijven kijken ook frontaal. Hij durfde wel.

Als ik bezoek had en iemand een sigaretje rookte bij de openslaande deuren dan wist ik het al. Binnen vijf minuten kwam er een opmerking over een vent die achterin de tuin bloot rondliep. Altijd hetzelfde commentaar: “Ik zou met de politie bellen, dat kan toch niet, jeetje, er zit een naakte man beneden”.  Maar ik deed niks, vond het wel spannend. Daarnaast een vorm van sociale controle: als ik hem niet zag was ik bang dat hij ziek was, of erger. Hij was namelijk niet meer de jongste. “Toch even in de gaten houden en morgen opnieuw kijken”. Maar hij trotseerde drie winters in volle glorie.

Mijn zoon was er net en staarde naar buiten. “Tja mam, geen naakte man meer”. Ik slik, en realiseer dat het onze laatste avond hier is. Hij, ik en de naakte man.  Voordat ik de gordijnen sluit kijk ik even. Het regent. Als hij buiten was geweest dan had ik gezwaaid, “koud hè” geroepen en mijn duim opgestoken.

Maar hij was er niet.

Nog ff wachten

Oke, mijn vriend is een verzamelaar, kan alles gebruiken en in zijn schuurtjes ligt meer dan iemand nodig heeft tijdens een heel leven. Het mooie is dat hij ook erg handig en creatief is, en er wordt veel hergebruikt.

Omdat we niet konden fietsen heeft hij opgeruimd. Dit is het “houtschuurtje” op de foto. Er ligt nog steeds hout, en dat is goed. Het heet ook “het houtschuurtje”. Maar er is meer.

In de oude paardenstal liggen geen paarden, die hebben plaats gemaakt voor de grote tuingereedschappen. Het tuinhuisje er naast is mijn Hemmingway. Een bureautje met een stoel, om te schrijven en ik wil het nog leuk gaan aankleden met gordijntjes en kaarsjes en vrouwen dingetjes. Maar ik weet niet of dat laatste ook zijn bedoeling is. Dus ik wacht even af. 

In het” troep hokje” staan nu onze fietsen en in het hutje ernaast is het wel duidelijk dat daar nog een bestemming voor gezocht moet worden. (milieustraat). Maar volgens hem staan daar nog heel wat projectjes die wat kunnen opleveren. Mijn in ziens, alleen twee hardhouten bistrostoelen die helemaal achterin staan. “Die van mij.” Geduld is niet mijn grootste kwaliteit, maar weet wel wanneer ik de ander niet moet pushen. Maar wacht “kwalitatief geduldig” wederom af.

Twee jaar na dato zijn er ineens plannen om het hele hutje af te breken, aangezien het zo lek is als een mandje. Ik was van de week bij hem en denk ineens aan mijn stoeltjes. Doe de deur voorzichtig open en “yeah.” Helemaal achterin staan ze er nog. Ze lijken nog mooier geworden en passen perfect op mijn balkon, slaapkamer en misschien wel badkamer. Ik zie ineens een mogelijkheid tot “kwalitatief doorpakken”. “Als jij je neefje nu belt om het hutje leeg te halen dan vraag ik mijn oudste om die stoeltjes even naar mij te brengen. Daarna kun jij slopen en je afdakje bouwen, win- win toch?”

Hij zucht.

Nog ff wachten.

 

 

Frituur “Sien”

Mijn tweede inzending ter beoordeling bij Columnx, uitdaging van de maand.


“Wat mag het zijn?”, zegt de dikke vrouw in de mouwloze jas-schort achter de toonbank. Haar handen heeft ze kruislings onder haar oksels geklemd. Knap, want haar boezem is niet mis. “Twee frikandellen, twee frites speciaal en een bamischijf”, zeg ik. En extra uitjes”, roept mijn lief. “Inpakken?” vraagt ze. “Nee we eten het hier op”. “Ik kom het wel brengen”, zegt ze attent. Ik kijk om me heen of er een tafeltje vrij is. Dat is er, meer dan een, en we schuiven samen op een bankje in de hoek. Als ik mijn armen op de tafel neerleg plakt het een beetje. Het is warm, “dus dan transpireer je ook uit je armen”, hoop ik. Er klinkt muziek uit de gokkast en wat gerinkel. “Gezellig hè”, zeg ik. “Nou en of”, zegt lief. “Het is de beste frituur in de buurt”.

Als ik om me heen kijk valt mijn oog op een van de de foto’s aan de muur. Ik scheur voorzichtig mijn arm los van het tafelblad en zoek de bril in mijn tasje. Als ik hem op heb kijk ik recht in de ogen van een BNN-er. Een echte Ster. Hij staat naast de dikke vrouw, en samen hebben ze een frikandel in hun mond. Dezelfde weliswaar, maar ieder hun eigen stukje. “Er komen hier ook bekende Nederlanders”, zeg ik. “Goede zaak”, zegt mijn lief.

Omdat ik mijn bril op heb zie ik steeds meer. De dikke vrouw die zich op haar hoofd krabt, haar linker hand die iets langs haar neus weg wrijft en dan vervolgens de koeling in duikt en twee frikandellen pakt. Die van ons? Ze legt ze even op de toonbank omdat er een nieuwe klant is. Haar handen gaan automatisch richting haar oksels, waarbij ik boven de verkleurde armsgaten van haar schort wat zwart en harigs meen te zien. “Wat mag het zijn?”.

“Bij Sien”, heeft voor mij afgedaan. Geen ster hier.


Hella Kuipers:

De sfeertekening is goed gedaan. Ik ben zelf een beetje allergisch voor “mijn lief” maar dat zal de kift zijn Wink. De laatste regel is weer een inkoppertje. Zou je een origineler einde kunnen verzinnen? (Nu lees ik de reacties, en dat iedereen er toch altijd heenging. Dé oplossing.)


Dank je Hella, mijn “lief” wil ook wel eens een naam krijgen, “zei hij”, dus wie weet in een volgend stukje.

Ik ga het nog eens herzien.

Leuk!

 

Restaurant “het lekkere visje”.

Een schrijversopdracht via Columnx

” Jullie mogen een maandje los gaan op een slechte restaurant-recensie.

Aandikken is het toverwoord van de maand Juli!

Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
Dik het aan, maak het smeuíg”.

 Ik vrees dat ik iets over de 300 woorden ging, maar het typte lekker


 

Al weken willen we er eten. Het is lekker, leuke bediening. Onze vrienden zijn enthousiast. Dus we hebben iets te vieren en ik reserveer. Zaterdag om 19.30 uur. Maar het gaat al mis als de ober mijn stoel achteruit schuift en ik wil plaats nemen. “Zie ik dat nu goed”? Er ligt iets wits op de vloer, vlakbij de voorpoten van mijn stoel. “Kan niet waar zijn”, denk ik en ga snel zitten. Maar kan mezelf niet bedwingen om nogmaals tussen mijn benen door te gluren naar alles wat ik niet hoop te zien. Van schrik stoot ik iets van de tafel dat kletterend op de grond valt. De ober bukt en raapt het op. “Alstublieft mevrouw, uw gebit”, en hij lacht erg hard en legt de lepel die gevallen was terug op mijn tafel. Ik knik verbijsterd.

Mijn lief kijkt me vreemd aan . “Gaat het wel goed met je schat, je lijkt wat nerveus”. “Er ligt iets onder mijn stoel”, sis ik. “ik geloof dat het een inl…”. “Meneer en mevrouw, een goedenavond. Zo te zien heeft u wat te vieren dus laat ik maar alles uit de kast trekken vanavond, dan kunt u de kleren aan laten”, en de ober schatert het uit, terwijl we de menukaart ontvangen. Ik kijk wat zuur naar mijn lief die er hartelijk mee lacht.

De ober vertelt over de specialiteiten en raadt ondertussen een aperitief van het Huis aan. “Doet u maar”, zeg ik snel. Ik heb haast, wil eerst het zekere van het onzekere voordat ik hier eten bestel. “U maakt er een vluggertje van mevrouw, dat is jammer, want er is zoveel om van te genieten hier”. Mijn lief vindt alles bijzonder vermakelijk en zegt: “wel een leuke bediening, lekker vlot, geen stijf gelul”. Met een gezicht als een oorwurm kijk ik hem aan.

“Proost, op onze avond” en we toasten. Een kort moment van afleiding en ik pak de menukaart. Dat gaat niet goed. Bij de voorgerechten gaat het al mis. Een lauwwarme paté van kabeljauw op een bedje van zeewier. “Lijkt me heerlijk schat, echt iets voor jou. En misschien als hoofdgerecht de pittige makreel?”

“ik kijk eerst even zelf rond”, mompel ik. En neem vervolgens een duik onder de tafel en ja, daar ligt het in volle glorie. Het witte ding. “Gadverdamme, ik wist het. Ik heb een neus voor dit soort zaken”. Met een rood hoofd kom ik omhoog en sta op.  Mij zie je niet meer bij het “Lekkere visje”.


Hella Kuipers: 

Het is een leuk verhaaltje, en die lauwwarme kabeljauwpaté klinkt opeens supergoor, dat is goed gedaan. Denk wel om je vertelperspectief. In de ik-vorm kan de hoofdpersoon niet zien hoe haar gezicht eruitziet. Dus niet:
“Ik kijk wat zuur naar mijn lief … ”
“Met een gezicht als een oorwurm kijk ik hem aan.”
“Met een rood hoofd kom ik omhoog …”
En vlooi je eerste versie even na op stopwoordjes als ‘maar’ en ‘en.’
De laatste regel had wel iets uitsmijteriger gemogen.


Als ik iets schrijf dan denk ik altijd dat iedereen met me mee gaat in die flow, ben dan zelf super enthousiast, helemaal blij en vervolgens vergeet ik alles om het echt beter te maken. Leesblindheid op en top. Hella bedankt. Als ik tijd heb ga ik een nieuwe poging wagen.

 

 

 

“Mam”

Mam”

Ik had wel een vaag gevoel dat het fout kon gaan toen ik in Vlissingen op de boot stapte…


 

Het is al laat op de middag, tegen 18.00 als ze belt. Ik voel dat er iets is en zeg: “zal ik de trein pakken en naar je toe komen”?  Een halve “ja”, klinkt, dus Suus gaat met een schone onderbroek en tandenborstel ineens op weg naar Zeeland. Daar zit dochterlief, met hond in een hotel, en mist haar moeder. Spontaan, maar eigenlijk ook niet heel goed nagedacht. Mijn telefoon is al leeg in Roosendaal, geen probleem, omdat we hebben afgesproken dat ze me in Breskens komt ophalen.

Daar zie ik een keurig verlichte haven. “Fijne avond”, wenst de kapitein me en ik loop het gebouw uit om mijn dochter te zien. Het is inmiddels 22.37 uur. Maar als ik om me heen kijk is het verrekte stil. De parkeerplaats is leeg, mensen pakken hun fiets of stappen in de bus die klaarstaat. Na enkele minuten toetert de buschauffeur en ik zwaai enigszins verward. Ik hoef niet mee, want mijn dochter komt me halen, ook al is ze er niet.

Dan maar terug de hal in om iemand aan te spreken en mijn telefoon op te laden. De terminal is leeg, een bordje voor het loket geeft aan: “niemand aanwezig tot 06.35 uur”. “Shit”, ik schrik, erg donker, best eng. De frisdrank automaat geeft wel licht. Stroom! Ver achter de automaat zit een stekker in het stopcontact. Overweeg om die er uit te trekken en mijn telefoonoplader erin te stoppen. Maar ben ook bang om opgesloten te worden. Dus besluit ik om terug naar buiten te gaan. Verrekte slim, want na amper een seconde sluiten de deuren en gaan alle lampen uit. “Deze terminal is gesloten”, hoor ik uit de luidsprekers en het wordt nog stiller in Breskens.  Een lege parkeerplaats, geen dochter en inmiddels is het 23.00 uur.

Zie links voor me een bankje, ga zitten en doe mijn jas wat dichter om me heen, want het waait best hard. Ik denk zoveel dingen tegelijk nu. “Het was toch Breskens, niet Vlissingen?  Waarom weet ik dit nu weer niet, waarom altijd zo impulsief, luister toch eens beter, maak concretere afspraken, laat niet alles op zijn beloop, wat een onzin om te denken dat alles altijd goed komt, doe eens volwassen, misschien heeft ze een ongeluk gehad en ligt in een ziekenhuis, waar is Toby dan nu, shit heb nog maar 2 vloeitjes, zou ik kunnen lopen naar het dorp, is er nog een hotel open, oh nee ik sta bijna rood, ik moet meer werk zoeken, waar blijft ze godsamme?

Een half uurtje later ineens koplampen die seinen. Durf het haast niet te hopen, maar loop toch voorzichtig richting de auto.

“Mam?”.

Ik mis je mam

En dan sta ik ineens voor je deur. Ik ken je niet, weet niet eens hoe je er uit ziet en of je stem dezelfde klank als de mijne heeft. Lijken we op elkaar? Hoe zijn je ogen? Omhels ik je? Herken ik mezelf of zie ik zo een vreemde? Wat bezielt me in vredesnaam, waarom wil ik dit? Ik wist tot mijn dertiende niet eens van je bestaan af. Maar sta nu hier en durf ineens niet meer. Heb dit moment zo vaak geïdealiseerd en ben eigenlijk alleen maar bang. Want wat gebeurt er met me als je niet open doet?

Mijn diepe angst om afgewezen te worden heeft me altijd weerhouden om je op te zoeken. Die is als het ware met me mee geboren op het moment dat je me afstond. Ik begrijp heel goed dat je niet anders kon, maar het verlicht mijn pijn niet. Maar mag ik wel dieper voelen dan jij? Welk recht heb ik?

Want wat voelde jij mam, toen ik geboren werd? Ben ik bij je weggehaald of heb je me misschien nog vast mogen houden? Mocht je me even liefkozen? Wat dacht je toen de zuster me overnam? Heb je gehuild? Geschreeuwd? Gevochten? Hoe was dat voor jou mam? De deur die nu tussen ons rust is een compleet mensenleven. En ik wil weten wat het voor jou betekende. Als ik aanbel is de kans groter dat je me afwijst dan dat je me toelaat. Maar als ik niet duw, dan kom ik toch terug, omdat ik je mijn hele leven al mis. Ik huil om jou en om wat we samen niet hebben. Mijn God wat ik mis je Mam.

Ineens duw ik op het zilverkleurige knopje. “Ja?”, klinkt het door de intercom. “Suzanne”, zeg ik, en de de deur gaat open…..