Dikke Suus

Een schrijfopdracht via ColumnX

In 300 woorden een column over een reünie.

Wie bewonderde je, aan wie had je een hekel, etc.

Commentaar van Hella Kuipers:
 
Klein juffenzeurtje: “Wat wel me bij is gebleven” zou ik samentrekken tot “wat me wel is bijgebleven.”
Erg mooie zin: “mijn zelfspot was ook in proporties.”
Het is een column waarin de verteller zich blootgeeft (maakt niet uit of het waargebeurd is of fictie) en zich kwetsbaar toont. Uit de reacties blijkt wel hoe goed dat werkt in een column. Hoe persoonlijker je durft te zijn, hoe meer het algemeen blijkt aan te spreken, geweldig hoe dat werkt. En ook mooi hoe veel meer to-the-point je schrijft als het kort moet.

 


 

Via Facebook krijg ik een berichtje van John, of ik de Suus ben die 40 jaar geleden bij hem in de klas zat. Op zijn profiel zie ik een oude man, die een een klein kind op een schommel duwt. Hij woont in Budel. Ik beantwoord hem vriendelijk dat ik geen idee heb wie hij is. In een paar seconden volgt er een vriendschap verzoek, dat ik vervolgens negeer. Toch stuurt hij na een uurtje een berichtje, en vertelt dat hij een reünie organiseert, samen met Marleen, die ik ook nog moet kennen. Er volgt een link naar een website waarin ik inderdaad de oude basisschool en me zelf op een foto ontdek. Marleen herken ik ook niet.

Och Suus…. een dik meisje, achteraan, zo onopvallend mogelijk. Nooit gepest gelukkig, maar denk ook dat ik uitstraalde dat ze dat wel konden vergeten. Wat me wel is bijgebleven zijn best pijnlijke momenten. De laatst gekozene bij trefbal, niet passen in een outfit voor de musical, dat soort dingen. Ik lachte veel weg, mijn zelfspot was ook in proporties. Het idee groeide, dat als ik als eerste een opmerking maakte over mijn postuur, dat anderen dat niet meer hoefden te doen. Het te zwaar zijn heeft een groot deel van mijn leven beheerst en me beschadigd. Maar of mijn leven er beter op was geworden als ik slank was geweest in mijn jeugd, dat betwijfel ik ten zeerste. Het zijn levenslessen die me vormden, die me maakten tot wie ik nu ben.  “Reparatie” is wel degelijk mogelijk.

Dus ik ga niet. Ik ben misschien wel gelukkiger en jonger dan drie kwart van mijn oude klasgenoten. Een avond oude herinneringen ophalen levert me niets op, ook al ben ik niet meer dat dikke stille meisje. Dus Suus blijft lekker ” tuus” .

Corrigerend hemdje…

Het is 4 uur zaterdagmiddag en ik besluit nog snel even de stad in te lopen, voor een truitje op dat schattige rokje, waar ik nooit iets echt leuks op heb gevonden. Met het rokje in mijn tas loop ik winkel in, winkel uit en zie niets wat me bekoort. Moedeloos sjok ik de stiller wordende winkelstraat door. Tot mijn blik ineens valt op een etalagepop bij de M&S. Een heel apart truitje zit om de pop gedrapeerd. Het lijkt een beetje Grieks haast. Een waterval hals, met wat afleiding op de heupen, ideaal. Snel haal ik nog even het rokje uit mijn tas en houd het voor het raam en knik: “ja, dat is hem”. Opgewonden stap ik de winkel in en……..

“We gaan zo sluiten mevrouw”, zegt de verkoopster achter de toonbank. “Ik hoef alleen maar snel dit truitje te passen, ik ben zo klaar”, zeg ik vrolijk.

Het is al warm in het pashokje als het gordijn dicht gaat. Een geur van zweet vermengd met parfum kringelt mijn neus in. “Bah”, denk ik nog. Ik wurm me het truitje in, waar je dus een gebruiksaanwijzing voor nodig hebt, en kom niet verder. Het lukt niet. Ik krijg het warm. Steeds opnieuw propt mijn arm in dezelfde verkeerde opening, en ik krijg hem niet verder. Mijn elleboog staat inmiddels op een vreemde manier naar links gedraaid en het lijkt of mijn schouder uit te de kom vliegt als ik doorga. Het zweet glijdt over mijn rug. Een nat voorhoofd, en langs de slapen stroomt het verder het decolleté in. Instinctief begin ik de elleboog omhoog te duwen zodat ik een poging kan doen om met mijn rechterhand het mouwtje naar beneden te stropen. Het lukt niet, ik zit vast, muurvast. Omhoog kijkend in de spiegel zie ik iets wat ik liever niet wil zien. Een vrouw, half gebukt, een spijkerbroek die in de taille net iets te strak zit, een wit “love handeltje” er overheen hangend, een rood bezweet hoofd met verwarde haren en een arm die inmiddels zo pijn begint te doen dat ik wel kan janken. Mijn hart klopt als een bezetene en een lichte paniek komt op.

Gedurende de twintig minuten, die ik vecht voor mijn leven,  is het me niet opgevallen dat het inmiddels stil is geworden. “Hoe laat is het?”, vraag ik me af. Dan slaat de paniek echt toe. “Oh God, zo dadelijk is de winkel al gesloten. Het is morgen geen koopzondag en misschien gaan ze pas maandag om 13.00 uur open. Niemand zal me missen, want ik heb niks afgesproken, ik kan wel dood gaan”, bedenk ik.

In eerste instantie roep ik zachtjes “help”. En luister of ik iets hoor. Maar de stilte weergeeft alleen mijn eigen bonkende hart. Ik besluit iets harder te roepen. ”HELP ME DAN”,  schreeuw ik door de ruimte, en als een klein kind,  geef  me over aan alle emoties, en begin te huilen.

Ineens wordt het gordijn open geschoven, en de verkoopster van de toonbank verschijnt in mijn spiegelbeeld. Onze ogen kruisen elkaar, en ik zie haar in 10 seconden schrikken, een gil ontsnapt, vervolgens slaat ze een hand voor haar mond en daarna een lach….en niet zo’n kleintje ook. “Ooh mevrouw toch, wat is er allemaal aan de hand”, proest ze het uit. “Ik zit vast, ik kan er niet meer uit”, murmel ik.

Met eindeloos geduld helpt de lieve verkoopster me uit de benarde positie. Heel voorzichtig gaat het verkeerde armsgat naar beneden en slaak ik een zucht als het truitje uit is.

Ik omhels haar, bedenk vervolgens dat ik in mijn BH sta en herpak me.  “Dat was het enige truitje dat op mijn rokje staat”, snik ik. ‘Trekt u het rokje even aan, dan help ik u met het truitje,” zegt ze.

Achteraf………Was het helemaal geen ingewikkeld truitje. Gewoon een kwestie van het goede gaatje.  Maar als ik het eindelijk aan heb en mezelf bekijk vind ik het niks. “Er kwabbelt wat”, zeg ik. De lieve verkoopster antwoordt dat ze ook nog heel comfortabele corrigerende hemdjes hebben. Dus, wat moet ik? Het is inmiddels bijna zes uur, de winkel is al een uur dicht. Dus ik koop alles.

Volgende week breng ik het terug. Ik heb het bonnetje nog……