Mei zomer dagdroom

Ze draaien aan het roestige slot van de houten deur. Dicht….Dat hadden ze ook wel verwacht eigenlijk. De deur is versleten, stukken hout zijn weggerot en samen gluren ze door een van de spleetjes. Een binnenplaats…gras….een omgevallen wit bistrostoeltje dat er duidelijk al langer ligt door de groene algenlaag op de zijkanten. Hij loopt van het bordes af, de trap naar beneden en houdt zijn hand boven zijn ogen. De zon schijnt al warm, ook al is het nog een vroege ochtend in mei. 

Ze loopt ook het bordes af, naar hem toe en gaat voor hem staan. Hij slaat zijn armen om haar heen, kust haar nek en samen kijken ze naar de statige muren.  Ze duwt haar lichaam tegen het zijne. “Het is nog precies zoals ik het me herinner”,zegt hij. En ze hoort een diepe zucht. “Hoe lang is het geleden, vraagt ze? “ik was nog met haar”, klinkt het  emotioneel en ze duwt zich nog dieper in zijn armen en knikt. De blauwe haast nieuwe lucht contrasteert prachtig met de verweerde stenen.

“Kom”, zegt hij en pakt haar hand. Hand in hand een stukje terug en lopen via een zijpad verder. De heggen zijn net te hoog om  over heen te kijken, maar soms zijn er openingen. De achterkant van het Chateau is wellicht nog mooier dan de voorkant. Prachtige raampartijen, klimplanten tegen de gevel, meters hoog. Ze zien zich zelf er al wonen, verbouwen, kinderen en kleinkinderen aan lange tafels in de tuin onder de bomen. 2 Honden, wat katten voor de muizen, misschien wel een hangbuikzwijntje en uiterraard kippen. Ze willen een moestuin, er zijn al fruitbomen, maar of ze ooit een beest durven slachten dat betwijfelen ze. De wijngaard van 10 hectare wordt de bron van inkomsten. Ze raken verliefd op stenen, gras, bomen en op elkaar.

De wandeling door de boomgaard duurt lang. Ze kijken en kussen, weten dat ze alleen zijn en de warmte hun voedt en vult. Hij streelt haar en zij laat zich strelen, ook al kennen ze elkaar nog niet zo lang.  Het begint daar samen en het voelt alsof het nooit anders geweest is.

Ze besluiten om in de aangrenzende winkel wat wijn te proeven en te kijken of het te koop is. Ze kunnen het helemaal niet betalen, dat weten ze ook, maar het opgewonden gevoel is zo heerlijk dat het haast een grote teleurstelling is dat het Chateau niet eens te koop staat. Stil lopen ze met flessen wijn en wat aangeschoten van het proeven de oprijlaan af . Nog eens omdraaiend en ze zuchten. Totdat hij zegt: “wat ruik ik? Verbrand plastic?”. Wat ze aanvankelijk niet hadden gezien omdat ze verblind waren door de schoonheid van het gebouw zagen ze nu wel ineens. De grote lelijke fabriek op de hoek, waar vieze stinkende dampen de prachtige blauwe hemel vergiftigden.

“Ik vond het toch iets te klein”, zegt ze. En samen lachen ze de weg terug….

Mei zomer dagdroom

 

©Suus 2014